Vliegende Hollanders: Het kan dus wel

De KLM is heel belangrijk voor de Nederlandse economie én we zijn apetrots dat een klein landje zo’n gezaghebbende luchtvaartmaatschappij heeft. Die argumenten golden begin jaren vijftig al voor het verlenen van financiële staatssteun en gelden in feite nu nog voor het pakket van 3,4 miljard euro dat de regering de KLM dit jaar toe schuift. Onder voorwaarden dat….., maar daar gaat het nu even niet om. Wel om het feit dat de sentimenten rond de KLM de afgelopen 100 jaar nauwelijks veranderd zijn. Een mooier moment dan nu is voor het uitbrengen van de TV-serie ‘Vliegende Hollanders’ nauwelijks denkbaar. Die jonge, bevlogen Albert Plesman (gespeeld door Steef de Bot) weet ons meteen in het hart te raken, zodat je hem direct alle staatssteun toewenst die hij maar zou willen hebben. En wat een heerlijke tegenpool biedt die brutale, flamboyante Anthony Fokker (gespeeld door Bram Suijker). Bovendien is er een schatkist aan acteertalent open getrokken voor tal van andere rollen. Mooi overigens dat Steef de Bot en Bram Suijker in deze serie zoveel ruimte krijgen om hun talent te bewijzen en dat de producent de moed heeft om de spelkanonnen Daan Schuurmans en Fedja van Huêt  in de oudere versies van Plesman en Fokker pas later in te zetten. Boven alles is hier natuurlijk ook sprake van een script dat deugt en van creatieve en deskundige dramaturgie.

Nou ja, het zal dus duidelijk zijn: Ik ben razend enthousiast over de serie ‘Vliegende Hollanders’. Na het zien van de eerste drie afleveringen durf ik bijna juichend te constateren: ‘Het kan dus wel, goed Nederlands drama produceren’.  Daar begon ik de laatste tijd wat aan te twijfelen. Vooral bij het kijken naar ‘All Stars, vaders en zonen’. Ooit was  er bij die eerdere reeksen van ‘All Stars’ én in de speelfilm toch sprake geweest van kwalitatieve komedie? Waarom dan worden de personages nu met zo’n overdreven dikke verfkwast geschetst? Blijkbaar ben ik niet genoeg met m’n tijd meegegaan dat ik niet kan lachen om bier boerende, scheten latende, vuil bekkende en aan hun leuter friemelende minkukels. Want veel meer stelt ‘All Stars’ toch niet meer voor?

Van ‘Niks te melden’ met onder meer Henry van Loon en Stefan de Walle verwachtte ik meer, maar ook daarin werd ik zeer teleurgesteld. Low budget hoeft geen probleem te zijn om een korte serie te maken met alleen maar drie steeds wisselende dialogen op verschillende locaties. Maar dan moeten de teksten natuurlijk wel deugen. Met een aaneen schakeling van flauwe onbenulligheden en af en toe een mislukte uitschieter als beoogd schokeffect red je het niet. Zo is inmiddels wel gebleken.

‘Klem’? Ja, natuurlijk ‘Klem’ mag er zijn. Al was het alleen maar omdat het een genot blijft om Barry Atsma en Jacob Derwig samen te zien spelen. Als ze een verouderd telefoonboek zouden oplezen, bleef ik wellicht nog kijken en luisteren. Bovendien is ‘Klem’ ook in het derde seizoen nog steeds spannend. Een soort ‘guilty pleasure’, dat wel natuurlijk, want dramaturgisch moet je er ook niet een te strenge meetlat naast leggen. En waarom die mensen van de FIOD zulke lachwekkende scènes met schimmige teksten en onlogisch locaties krijgen toebedeeld, blijft een raadsel. Maar toch: ‘Klem’ mag er zijn.

Maar bovenaan de lijst schittert nu dus ‘Vliegende Hollanders’ en is mijn vertrouwen in de Nederlandse dramaserie weer enigszins hersteld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s