Hoera verruiming, hallo valkuil!

De voorstellingsreeks van ‘Familie’ door Theatergroep Zierik moest na twee voorstellingen worden stop gezet door de coronacrisis (foto Peter Kouijzer). 

Wat een emotionele veranderingen kun je toch doormaken in tien weken tijd en dan doel ik natuurlijk op de coronatijd. Eerst was er – wat mij betreft – het ongeloof. Moest dat nou echt? De theaters, bioscopen en musea dicht? En direct daarop zelfs ook alle horeca en de scholen? Was het echt zo ernstig? In 2018 had de griep toch ook heel wat slachtoffers geëist, maar was de maatschappij toch ook niet stil gelegd?

Verbijstering maakte al snel plaats tot beter besef en berusting. Ja, er was wel degelijk iets meer aan de hand dan twee jaar geleden. De cijfers van besmettingen, ziekenhuisopnamen en patiënten op de IC-afdelingen logen er niet om. Vervolgens greep de angst me bij  de strot bij het zien van die vrachtwagens met lijkkisten in Italië. De noodzaak van een lock down begreep ik volkomen. Persoonlijk prees ik me gelukkig dat in Nederland voor de ‘intelligente’ variant was gekozen. In feite kon ik zonder toestemmingsbewijs nog gewoon het huis uitgaan om boodschappen te doen, lekker buiten te zijn of zelfs met twee gelijkgestemden op gepaste afstand alvast te repeteren voor een toneelstuk ter opvoering in betere tijden.

Onder de angst voor de toekomst van de wereld borrelde toch langzaam ook het verlangen op naar die ‘betere tijden’ of in elk geval naar enige verruiming van de maatregelen. Wat zou ik toch graag weer eens een film gaan zien in fiZi in Zierikzee. Wat zou het fijn zijn om Cultuurhuis ZierikC volledig ‘in bedrijf’ te zien met dansende, spelende, muziek en kunst makende mensen. Wat zou het heerlijk zijn om de voorstellingen van Theatergroep Zierik alvast in mijn agenda te kunnen schrijven. Wat zou het gezellig zijn om met vrienden weer eens te kunnen bijpraten op een terras of in een restaurant.

In filmtheater fiZi gaan op 1 juni de lichten weer aan.

Het verlangen werd vervolgens overstemd door verdriet over alles wat het coronavirus aanricht. In de eerste plaats de dodelijke slachtoffers, maar ook de mensen die nog heel lang moeten worstelen om de gevolgen van deze ziekte ooit te boven te komen. En daarnaast is er het verdriet over de instorting van de maatschappij, over de financiële worsteling die velen moeten doormaken wegens faillissementen, ontslagen, stopzetting van contracten en ook door het simpelweg verdwijnen van banen. Binnen de kunst- en cultuursector wacht een enorme kaalslag. Theaters vallen om als kaartenhuisjes, want met de 1,5 m samenleving in het ‘nieuwe normaal’ is deze sector niet meer rendabel te maken.

De Titanic zinkt, maar het orkest speelt door.

Dus… wil de emotie ‘blij’ over de aanstaande verruiming van de coronamaatregelen maar niet echt doorzetten. Blij dat ik weer even naar de kapper kon, dat wel. Blij dat in Filmtheater fiZi op 1 juni de lichten weer aangaan, dat ook wel, maar bij alles denk ik ook: ,,Maar voor hoe lang nog?’’, want rendabel zal het niet worden. En de steunmaatregelen van het Rijk zullen opdrogen met als argument dat de nood toch wat minder wordt juist omdat er nu ‘verruiming’ is toegestaan. Dus als ondernemer en organisatie investeer je je arm in veiligheidsmaatregelen om op armetierige wijze nog een beetje te kunnen gaan draaien. Met als gevolg dat je geen verantwoorde exploitatie bereikt, maar ook geen meer steun zult krijgen. Kort samengevat: ‘Hoera verruiming, hallo valkuil’.

Maar eerst zullen we nog wel met z’n allen breeduit Hemelvaartsweekend en Pinksteren gaan vieren. Dat doet me denken aan de ‘Titanic’: Het schip zinkt, maar het orkest speelt nog en we dansen gewoon even door.

Titanic stelt hoge eisen

Onderschrift: Ontwerper van de Titanci (Ivo Soeters). Hier nog zonder pruik. 

GEZIEN:  ‘Titanic, de musical’  in bewerking van  Don Stephenson en Liza Gennaro door  Muziektheater Zeeland; vrijdag 24 maart 2017; Theater De Mythe Goes; dirigent/muzikaal leider: Hans Laureyn; regisseur: Hugo Segers; choreograaf/regie-assistentie: Iris Veekens; orkest: Ensemble Brabelio.

Bevlogenheid en hechte samenwerking zijn begrippen die komen boven drijven nadat  De Titanic gezonken is. Muziektheater Zeeland getuigt daarvan op alle fronten met deze productie gebaseerd op de waar gebeurde tragedie in 1912 met de Titanic, de onzinkbaar geachte oceaanstomer die op haar eerste reis naar Amerika ten onder gaat en waarbij ruim 1500 mensen verdrinken. De kracht van deze voorstelling schuilt ook zeker in dat ‘waar gebeurd’. Alle spelers geven er blijk van te beseffen dat ze gestalte geven aan een personage dat werkelijk heeft bestaan. Dat maakt de voorstelling intenser en het slotbeeld zelfs aangrijpend.

Titanic stelt als grotendeels doorgecomponeerde musical echter wel zeer hoge eisen. Muziektheater Zeeland komt daar ver in, maar de eerlijkheid gebiedt ook te constateren dat de lat soms wat te hoog ligt. Dat komt vooral tot uiting in enkele duetten die niet al te best uit de verf komen en met name in het eerste deel in de koorzang, die af en toe niet helemaal zuiver is. Première-zenuwen zullen daar ook debet aan zijn geweest. Opmerkelijk genoeg echter is van die spanning in de openingsscène niks te merken. De trots van bouwer, eigenaar en bemanning van de Titanic spat van het podium en alle passagiers zijn  bij het inschepen zo vol verwachting en dromen over hun reis en hun nieuwe leven in Amerika dat je als publiek graag in dat enthousiasme wil meegaan en liever even vergeet wat er staat te gebeuren.  Na dat sprankelende begin, zakt de voorstelling ietsje in. Moeilijk wellicht ook om dat hoge niveau aan energie vast te houden, maar gelukkig komt het snel weer terug. Hoogtepunten met de collectieve bezetting leveren de diner- en de dansscènes. Daarnaast zijn er heerlijke fragmenten in kleinere bezetting, zoals de ontmoeting tussen stoker Frederick Barrett (Will van Waas) en telegrafist Harold Bride (Rini de Koster). Zij beschikken over prima zangtalenten en dat geldt ook voor Marc Linssen (hofmeester), Ivo Soeters (onder meer in de rol van ontwerper van het schip), Kees den Herder (kapitein) , Rini Schilders (1e stuurman William Murdoch) en Jonathan van der Fliert (eigenaar van de rederij White Star).

Dictie en tekstbehandeling in de overwegend korte spelscènes zouden wel wat meer aandacht mogen krijgen. Dat zou zeker ook de verstaanbaarheid ten goede komen. De invulling van de personages is over de gehele linie heel geloofwaardig. Passagiers en bemanning zijn over het algemeen mensen van vlees en bloed met ruimte voor wat individuele eigenaardigheden, die wat welkome luchtigheid brengen.

De vormgeving getuigt van een tomeloze inzet en creativiteit: decor, kleding, grime en rekwisieten bieden een lust voor het oog met als heerlijk detail een zelf rijdend serveertafeltje . Alleen de pruiken die Ivo Soeters  (als scheepsontwerper)  en Rini de Koster (als bandleider)  op het hoofd krijgen gezet, zijn te potsierlijk. Daar zijn vast tussentijds nog betere exemplaren voor te vinden.

De slotscène is mooi, ontroerend, blijft kleven aan je netvlies en zet je aan het denken. Mooi als een voorstelling dat te weeg brengt.

Scène uit Titanic, de musical.