COLUMN: Geweldig, maar moet dat nou?

Een reus, een held, een magiër, een geweldenaar….. de erenamen voor zwemmer Maarten van der Weijden stapelen zich op. Zijn prestatie om 2,5 miljoen euro voor kankeronderzoek bij elkaar te zwemmen, dwingt natuurlijk ook diep respect af. Deze krachtige sportman wilde iets terugdoen voor de samenleving nadat hij was genezen van leukemie. Hij wel, maar zoveel anderen niet. Daar leek hij zich schuldig over te voelen, dat dit overlevingsgeluk hem wel ten deel was gevallen.

Maarten bedacht dus zijn inmiddels befaamde Elfstedenzwemtocht. Hij wilde de legendarische tocht van 200 km zwemmend afleggen in drie dagen. Lichamelijk beschouwd een onverantwoorde uitdaging die hij zichzelf oplegde, maar hij kreeg er bij het grote publiek wel de handen voor op elkaar en – wat vooral zijn doel was – hij wist er de geldkranen mee open te draaien voor het Koningin Wilhelmina Fonds (KWF) voor het zo van levensbelang zijnde kankeronderzoek. Zo werkt dat immers in de huidige maatschappij: voor dit soort zaken van enorme importantie zijn mensen bereid lichamelijk volledig stuk te gaan. Zijn ze bereid zich een blijvende beschadiging aan hun hartspier te zwemmen, fietsen ze zich volledig kapot tegen de Mont Ventoux, rennen ze zich een breuk langs wegen en dreven. Geweldig natuurlijk dat talloze mensen dit soort uitdagingen aangaan, dat ze er ongetwijfeld ook veel persoonlijke voldoening mee oogsten, maar jammer van de noodzaak. Dit soort uitdagingen kunnen ook aangegaan kunnen worden zonder dat er per se een goed doel aan wordt gekoppeld. Dan zou de prestatiegrens wellicht ook wat meer verantwoord gesteld kunnen worden.


Maarten van der Weijden heeft het net niet gered om die 200 km zwemmend af te leggen, maar met 163 km  heeft hij even goed een wereldprestatie geleverd. En…hij heeft dus 2,5 miljoen euro bij elkaar gezwommen voor kankeronderzoek. Zonder hem en zijn – in feite lichamelijk onverantwoorde – prestatie was dat bedrag er simpelweg niet geweest. Mark Rutte zat boordevol lof voor Van der Weijden, maar als premier van dit land zou hij zich beter kunnen schamen over het feit dat voor onderzoek van het KWF door de overheid niet veel meer geld beschikbaar wordt gesteld. Die verantwoordelijkheid kun je als overheid toch niet afkopen met een gouden Elfstedentochtkruisje voor Maarten?

Advertenties

‘Zeeman’ ziet ‘vrij vliegende vissen’

De hoes van ‘Morjak ‘vrij vliegende vissen’ is gemaakt door Vera Verseput.

De naam ‘Morjak ‘vrij vliegende vissen’ voor de nieuwe cd van Wiebe Radstake uit Zierikzee past hem als een maatpak. Al heeft een maatpak natuurlijk helemaal niks met Wiebe te maken. Symbolisch bedoeld dus die constatering, want ‘Morjak’ betekent letterlijk ‘zeeman’ en dat is Wiebe wel terdege.  ‘Morjak’ is ook de naam van een illegaal Russisch Zeemansblad uit het begin van de 20e eeuw. En met ‘vrij vliegende vissen’ deed Wiebe op ervaring tijdens zijn vaartocht over de Atlantische Oceaan waar hij de vliegende vissen onder de 26e breedtegraad verschrikt zag opvliegen als het schip langs kwam.

Zo, dat is al een heel verhaal en nu zijn we alleen nog maar bij de verklaring van de titel. Dus snel over naar de inhoud. Kan Wiebe daar iets over vertellen? ,,Nou, het heeft even geduurd. Ik ben samen Stefan Fokker drie jaar bezig geweest met het opnemen van dit album. Een aantal nummers lag nog op de plank na Zinkzand (zijn voorgaande band), een aantal heb ik op reis gemaakt en een aantal ontstond in de studio samen met Stefan.’’ Niet verwonderlijk dus dat het met ‘Vrij Vliegende Vissen’ alle kanten op ging, maar na veel veranderen, schuren en schaven ligt het album er nu eindelijk. De teksten zijn overwegend van Wiebe zelf, met één uitzondering: ‘Iemand stelt een vraag’ van Remco Campert, de schrijver/dichter die hem altijd al heeft geïnspireerd. Naast Nescio natuurlijk, want de voorliefde voor die schrijver had Wiebe al via de genen meegekregen. In het nummer ‘Maastunnel’ duikt de naam Nescio dan ook op en horen we een soort eerbetoon aan iemand ‘die kacheltjes kaduuk stookt’.

De teksten van de in totaal 18 nummers op dit album gaan natuurlijk over het varen en het leven op zee, maar ook over de snelle maatschappij, het leven in de steden, over tunnels en busstations, over leven in Zierikzee en in Rotterdam. Wiebe: ,,De ‘cut and paste’-techniek die de Beatniks ook al toepasten in hun boeken komt ook geregeld terug.  Zinnen die ik hoorde in trams en metro’s en op straten schreef ik op en voegde ik bij elkaar zodat lichtelijk absurde stukken tekst ontstonden. Andere stukken betreffen meer persoonlijke ervaringen, zoals overwinteren in Zierikzee, ontmoetingen op het Zuidplein en zowaar het eerste liefdesliedje dat ik schreef: ‘Het leven is beter in bed’.’’ Muzikaal vat hij het album als volgt samen: ‘De muziek gaat van zeezigeuner blues naar piraten polka, naar wat garage rock ’n roll via pop naar akoestische vertwijfeling.

Naast Wiebe en Stefan zijn tal van gastmuzikanten te horen op dit album: Freek den Toom, Frans Friederich, Jaap Verseput, Martijn de Keijzer, Olaf Willemse, Swen Blikman en Tjalle Galama. De fraaie, zeer passende hoes is gemaakt door Vera Verseput, zeefdrukken op karton, alles met de hand. Ter promotie van ‘Morjak vrij vliegende vissen’ vroeg Wiebe enkele vrienden filmpjes bij verschillende nummers te maken. Dat project loopt nog steeds voort. Jaap Verseput, Rowan van As en Suzan Dahmen (met wie Wiebe inmiddels is getrouwd) maakten al een filmpje, respectievelijk  bij de nummers ‘Het leven is beter in bed’, ‘Hey Iona’ en ‘Maastunnel’. Die drie clips zijn met veel toewijding, inlevingsvermogen en creatief talent gemaakt. Mochten er nog meer mensen interesse hebben om een filmpje te maken dan houdt Wiebe zich aanbevolen.

Je zou verwachten dat er ter promotie van dit album enkele grote optredens op de agenda staan, maar dat is voorlopig niet het geval. Daar heeft Wiebe het veel te druk voor. Hij gaat deze winter weer een wereldreis maken naar de Caribbean en hij heeft plannen om samen met Suzan door Midden Amerika en de VS te trekken. Pas daarna is het tijd voor de een grotere Morjak promotie toer door Nederland. ,,Er zijn ideeën om met een platbodemschip op tournee te gaan: De band aan boord en dan helemaal van Zeeland naar het Noorden. We nemen als een stel zeezigeuners ons eigen podium (het schip) mee. We zullen zien wat de toekomst gaat brengen’’, aldus Wiebe.

Voorlopig staan er 5 van de 18 nummers van ‘Vrij Vliegende Vissen’ online. Die zijn gratis te beluisteren via de link: https://morjak.bandcamp.com/releases

De cd is ook via Wiebe Radstake (wgradstake@gmail.com)  te bestellen voor tien euro plus verzendkosten en is ook te koop in het boekenantiquariaat ‘Boven het dal’ van zijn ouders in de Poststraat in Zierikzee.

De drie- zeer aan te bevelen –  clips zijn te zien via onderstaande links:

Clip door Suzan Dahmen voor het nummer Maastunnel:

https://www.youtube.com/watch?v=ZbdStuf63gY

 

Clip door Rowan van As voor het nummer Hey Iona:

https://www.youtube.com/watch?v=GadcgNFld4w

 

Clip door Jaap Verseput voor het nummer: Het leven is beter in Bed’

https://www.youtube.com/watch?v=lmaCGdHnhrE&t=1s

 

En toen dus de film…..

Scène uit ‘On Chesil Beach’ met Saoirse Ronan en Billy Howle.

,,Wat vond je nou van de film?’’, klonk het nieuwsgierig en een beetje dwingend. ,,Noueee… met buiten 35 graden was het in elk geval heerlijk in zo’n lekker koel filmtheater te zijn’’, antwoordde ik enigszins ontwijkend. Ik had mijn mening over de boekverfilming van ‘On Chesil Beach’ zo snel immers nog niet panklaar gereed. De impressies buitelden nog door mijn brein.

,,Ja, maar wat vond je nou van de film? Geef een cijfer tussen de 1 en 10.’’ Mijn man houdt van duidelijkheid en vindt dat ik die ook moet geven, zeker na mijn poging met een column op mijn blog ook anderen te prikkelen naar die filmvertoning in fiZi in Zierikzee te gaan. Nou vooruit dan, maar wel met enige nuance alsjeblieft. Een cijfer op de schaal van 1 tot 10. ,,Nouee…als ik het houd op het overgrote deel van de film dan geef ik een dikke 8, maar voor de laatste tien minuten heb ik eigenlijk niet meer dan een 5 over.’’ Ik snap dat dit antwoord enige toelichting vergt. Een antwoord dat hout snijdt en waarmee ik zelf niet in de valkuil val van vergelijking met het boek. Ik betreur het immers vaak als anderen dat doen. Het zijn twee verschillende kunstvormen, blijf ik in volharden. Als de essentie van het verhaal maar overkomt en of dat nou linksom of rechtsom  wordt verteld (boek) of verbeeld (film) maakt me dan niks uit.

Dus waarom een dikke 8 in eerste instantie? Omdat ik op knappe wijze het verhaal over twee jonge, verliefde mensen word ingezogen, omdat ik meteen deelgenoot word gemaakt van de beklemming waarmee Florence en Edward worstelen, omdat ik met prachtig vorm gegeven en prima geacteerde flashbacks op de hoogte word gebracht van hun levensloop, ambities, verlangens, angsten, zorgen en geluksmomenten, omdat ook de film maakt dat ik wil dat ze nog lang en gelukkig zullen leven. Maar omdat ‘On Chesil Beach’ geen sprookje is, zal er ook geen happy end zijn. Wat jammer dat daar in de film dan toch een tot mislukking gedoemde poging toe wordt gedaan. Met scènes die sprongen maken in de tijd en waarin de personages wel erg potsierlijk zijn geschminkt om ouder te lijken. Dat alleen al leidt af van het verhaal en de specifieke tragiek daarvan. Vandaar die 5 voor de laatste tien minuten.

Maar daarmee is nog lang niet alles gezegd hoor over ‘On Chesil Beach’. Daar viel nog best een leuk nagesprek aan te wijden. Jammer dat literatuurdocente Conny Steenman-Marcusse nog in Canada vertoeft en dus niet in fiZi aanwezig was. Zij weet vanuit haar deskundigheid altijd verrassende inzichten aan te dragen. Gelukkig gaat zij dat het komend winterseizoen wel weer doen tijdens de literaire filmmiddagen in fiZi. ‘On Chesil Beach’ is daar trouwens nog te zien op zaterdagavond 11 en 18 augustus 2018.

COLUMN: Seksellende en -vertedering aan de Grevelingen

Het voelt een beetje als geluk: nog vroeg in de ochtend liggend op een stretcher aan de rand van de Grevelingen bij Bruinisse. Rimpelloos water, in de verte een enkel bootje, vogels die over het water scheren, nog slechts enkele mensen die zich ook zo vroeg hier hebben gesetteld én een goed boek binnen handbereik. In het besef dat dit te mooi is om lang te duren, geniet ik dubbel. Straks wordt het drukker en zullen steeds meer stemmen van medemensen gaan overheersen.

Maar nu is er dus nog die rust en dat goede boek: ‘Aan Chesil Beach’ van Ian McEwan. Een bewuste keus, want dit boek is kort geleden verfilmd en komende week ga ik het resultaat daarvan zien in Filmtheater fiZi in Zierikzee. Dan wil ik het boek vooraf gelezen hebben. Ik houd ervan om de vergelijking te kunnen maken tussen beide kunstvormen. Hoe heeft de filmmaker zich laten inspireren? Hoe brengt hij op zijn beurt het verhaal over in beelden in dialogen. Zie ik straks bij de film als het ware de bladzijden van het boek omgeslagen worden of weet de regisseur mij te verrassen met eigen vondsten? Heerlijk om te ervaren die boekverfilmingen. Ik snap mensen niet die zeggen dat ze hun impressie van het boek niet willen laten bederven door de film. Die impressie is toch sowieso van jezelf? Je kunt de film hooguit beter, slechter of anders vinden. Toch?

Maar eerst dus dat boek lezen. ‘Aan Chesil Beach’ speelt zich af in het Engeland van 1962: de seksuele revolutie moet nog losbarsten. Het verhaal gaat over Florence en Edward op de avond van de dag dat ze zijn getrouwd. Ze zijn nog nooit met elkaar naar bed geweest. Vanavond moet het er van komen. Lieve hemel wat een ellende moeten die twee jonge mensen doormaken. Ze zijn volledig onvoorbereid. Vooral Florence is doodsbang voor seks en Edward staat strak van de zenuwen uit angst dat hij het straks wellicht verkeerd aanpakt en misschien wel te vroeg klaar komt. Auteur Ian McEwan weet je als lezer bij de strot te grijpen met dit verhaal. Je gunt die twee jonge mensen zoveel meer plezier en levensgeluk. Wat een ellende roepen ze wegens onwetendheid en ongemak over zichzelf af!

Het is inderdaad drukker geworden langs de Grevelingen, maar het boek maakt me vrijwel doof voor de geluiden rondom me. Het valt dit keer ook wel mee. Alleen twee zeer dikke vrouwen klagen luidkeels met hoge piepstemmen over een wespenbeet en een Rode Kruispost die niet bemand is en een onmiskenbaar uit Brabant afkomstige badgast geeft er binnen zijn familiekring met lallende uithalen blijk van al veelvuldig een pilsje uit de koelbox te hebben genuttigd. Het zal je man, vader of zoon maar zijn. Maar voor de rest valt het dus wel mee. Valt er zelfs te genieten van een vertederend tafereel aan de waterkant. Tussen de  spelende kinderen daar vallen twee kleine jochies op. Zij werken samen keihard aan een kuil in het zand, sprinten bij toerbeurt het water in met twee emmertjes, want natuurlijk moet de kuil gevuld. Totdat hun aandacht valt op een even klein meiske dat door haar moeder aan de rand van het water is geïnstalleerd met strandmatje en parasolletje. Ook zij is met schepje en emmertje in de weer. De jochies hebben inmiddels een zak chips, ze komen langzaam maar strategisch dichterbij. Of zij ook een stukje chips wil??? Ja!!! Dat wil ze wel. Of zij ook mee komt spelen in hun kuil??? Ehhh, dat moet ze even aan mamma vragen, die zit daar verder op, dus daar gaat ze even naar toe…… Ik klap mijn beklemmende boek even dicht. Even soezen en een beetje filosoferen over leven in verschillende tijden, over de broosheid van liefde en over het belang van seks. Ik ben echt benieuwd wat regisseur Dominic Cooke gedaan heeft met het boek van Ian McEwan. Dat ga ik dinsdagmiddag zien. Dan wordt het 32 graden! Nou ja: er is airco in fiZi.

Speelgoed uit oma’s en opa’s tijd

Tafereeltje in ‘De Blikvanger’

RENESSE – In het oude blikkenmuseum ‘De Blikvanger’ in Renesse wordt van 1 tot en met 29 augustus 2018  de wisseltentoonstelling ‘Speelgoed uit  oma’s en opa’s tijd’ gehouden. ,,De collectie is leuk voor het hele gezin’’, benadrukt gastvrouw Annemarie Heiligers.

Ze doelt op de poppenhuisjes, keukentjes en wiegjes die in haar optiek vooral door vrouwen en meisjes met veel nostalgische gevoelens bekeken en zullen worden en op de oude auto’s, stoomwals en speelgoed van Meccano die de mannelijke bezoekers meer zullen aanspreken. Naast de speelgoed-tentoonstelling biedt dit kleine museum ook de vaste collectie van circa 4000 oude blikken.

‘De Blikvanger’, gevestigd aan de Capelweg 18 in Renesse, entree € 1,50,  is geopend op dinsdag van 10.00 – 12.00 uur en op woensdag van 12.00 – 17.00 uur. Voor bezoek met groepen kan op alle dagen een afspraak worden gemaakt, tel.nr.0111-461794.

COLUMN: Nationaal Hitteprotocol

Nederland is slecht in extremen. Of het nu om hitte, kou, storm, neerslag of droogte gaat: meestal moeten er in een mum tijd noodscenario’s uit de kast worden getrokken. Als het op een willekeurige ochtend in januari een paar uurtjes heel glad is door ijzel wordt er 7 miljoen strooizout op de wegen gestort: 7 miljoen in één ochtendje. O, ja en de bovenleidingen van de treinen bevriezen vrijwel allemaal. Als het stormt gaat het meestal ook mis op het spoor wegens te veel vallende bladeren. Bij overvloedige regen treden de rivieren buiten hun oevers en is er gebrek aan zandzakken en nu dus na enkele zomerse weken en  met de verwachting van aanhoudende droogte is het Nationaal Hitteprotocol van kracht geworden.

Dat wil zeggen dat het volk ‘Hittetips’ krijgt. Tips van hoe te leven bij temperaturen boven normaal. Tips waar een normaal mens blijkbaar nooit zelf op zou komen: ‘Drink voldoende’, ‘Draag dunne kleding die enige bescherming biedt tegen de zon’, ‘Zoek de schaduw op’.  Dat soort tips bijvoorbeeld. Daar is over nagedacht, daar hebben knappe koppen achter bureaus in kantoren met airco heel diep over nagedacht. De beste tip is natuurlijk: ‘Let extra op mensen die zorg nodig hebben’.  Kijk daar kunnen we wat mee. Een gouden tip in het Nationaal Hitteprotocol. En zo overzichtelijk ook. ‘Let extra op mensen die zorg nodig hebben’ tijdens deze periode waarin het zo heet is. Dat hoeft dus niet altijd: als straks de hitte weer over is, mogen we die medemensen blijkbaar weer laten verrekken.

Misschien kan er nog een tip aan het Hitteprotocol worden toegevoegd: ga naar een goed geoutilleerd filmhuis. Kijk in een koele zaal naar een kwaliteitsfilm. Verruim je horizon in een donkere ruimte, zonder dat je tere huidje verbrandt en zonder kriebelende onweersbeestjes in je nek en je oren. Het klinkt allemaal wellicht wat chagrijnig, maar dat zal misschien aan het weer liggen. ‘Blijven lachen’, zou ook een tip kunnen zijn.

COLUMN: Dramalessen voor spindoctors

Scène uit ‘Richard III’ met Kevin Spacey en Annabel Scholey (foto: Tristram Kenton).

Het lijkt geen overbodige luxe om aan de opleiding tot spindoctor ook dramalessen toe te voegen. Misschien zitten die er al in, maar dan heeft de spindoctor van minister Stef Blok die waarschijnlijk overgeslagen, of niet begrepen, of veel te veel soapseries gekeken. Bloks spindoctor lijkt in elk geval weinig inzicht te hebben in ‘geloofwaardig spel’.

‘Te vet’ zou ik – met de pet van regisseur op – tegen Stef zeggen na zijn spijtbetuiging over zijn botte uitspraken betreffende multiculturele samenlevingen in Nederland en Suriname. Zijn pupillen omhoog gericht om zijn smekende blik van: ‘vergeef me!, vergeef me!’ te benadrukken. Kom op, meneer de minister van Buitenlandse Zaken, zo doen we dat nog niet? Daar trapt toch niemand in?  Je kunt toch niet de ene dag beweren dat je geen enkel goed voorbeeld kent van vreedzaam samenlevende verschillende etnische groepen en de andere dag prevelen dat je het zo niet hebt bedoeld? ,,Nou ja, dat kan wel, president Trump doet dat toch ook?’’, zou Blok kunnen aanvoeren, maar of het nou verstandig is om jezelf daarmee te vergelijken?

Maar misschien moet ik dat melodramatische optreden Blok ook niet persoonlijk aanrekenen. Weet hij veel van ‘elementair spel’ en ‘geloofwaardigheid’. Hij is tenslotte niet voor niks politicus geworden. En van zijn voorganger Halbe Zijlstra moet hij het ook al niet hebben voor een goed voorbeeld. Die kon het grote publiek ook niet meer vertederen met zijn strak getrokken gelaat en wringende handen. Halbe’s spijt dat hij had gelogen over zijn verblijf in het buitenhuisje van Poetin kwam niet echt over.

Terug dus naar de spindoctors. Dat zijn immers de aangewezen personen een minister goed te coachen in voor- en tegenspoed. En dus pleit ik voor meer en betere dramalessen. Een gratis advies: begin eens met het goed bestuderen van het koningsdrama ‘Richard III’ van Shakespeare.  Specifiek de scène waarin Richard de liefde van Lady Anne voor zich weet te winnen,  terwijl hij toch net haar echtgenoot om zeep heeft gebracht. Subliem! Niet alleen dat Lady Anne voor deze schurk door de knieën gaat, maar vooral dat je als toeschouwer ook diep van binnen wil, dat ze dat ook doet. Geloof me spindoctors: daar kunnen jullie iets van leren!