Koning Midas is niet meer…..

Onze Koning Midas is niet meer. De wereld wordt er niet door geschokt. Het is een klein gezinsverdriet. Maar zo schrijnend dat het toch even al het wezenlijke leed doet verbleken.

Kater Midas kwam 16 jaar geleden ons kleine kringetje binnen en is vandaag heen gegaan na een spuitje bij de dierenarts. Zijn naam gold als eerbetoon aan Midas Dekker en het feit dat hij de kans kreeg 16 jaar bij ons in opperste kattenweelde te leven dankt hij aan Ester Naomi Perquin, destijds nog ambitieuze poëzie-studente en Dichter des Vaderlands in spe. Zij vond op een camping in Oegsgeest een verlaten nest jonge katten en bekommerde zich over hun lot. ,,Voor de moederpoes wordt gezorgd en ik heb voor vier van de vijf kittens al een thuis gevonden. Er is nog één zwart/wit katertje over. Als ik voor vrijdag niemand voor hem vindt, dan…….’’,liet ze me gejaagd door de telefoon weten. Toen ik toehapte dat het katertje vanuit Oegstgeest naar Zierikzee mocht komen, beloofde ze mij dat ik ooit een plekje in de hemel zou krijgen. Zes weken later bezorgde ze zelf, rood hoestend wegens haar eigen kattenallergie, de kleine Midas bij ons thuis. Het werd onvoorwaardelijke liefde van beide kanten.

En nu is daar vandaag een einde aan gekomen. Geen wereldleed, maar het doet allemachtig veel zeer. Ester, nog steeds trots op haar toenmalige rol als bemiddelend voogd, deelt ons verdriet. Meteen wist zij uit haar rijke archief ons ook een gedicht van collega-dichter Nicolaas Matsier als troost aan te reiken:

 

Hoe een kat te gaan missen.

 

Doe alles voor het eerst nu zonder hem. Kom thuis en hoor hoe hij daar niet achter de voordeur klaar staat.

Loop onverwacht de trap af en zie nog net de streng verboden sprong van ’t aanrecht maar geen springer.

Laat vlees en vis voortaan gerust op tafel staan. Zet alle deuren  van voorheen vlovrij gehouden ruimtes open.

Zuig de weer vuil geworden vloer zonder de vlokjes van zijn vacht, ruik hoe het in zijn bak nog steeds niet stinken gaat.

Met achter voordeur,

Tuinmuur,  Radiator.

Mand met wasgoed. Juist geleegde wijndoos.

Het is op al zijn plekken dat hij weg is.

 

 

Uit de bundel: Druppel (2016)

 

Een jaartje later voor Michiel

Muziektheater Zeeland moet voor ‘Michiel de Ruyter, de musical’ de blik voorlopig op een onzekere toekomst richten (foto Peter Kouijzer) 

‘Het bestuur van Muziektheater Zeeland heeft vanwege de coronaproblemen besloten de jubileumvoorstelling “Michiel de Ruyter, de musical” te verplaatsen naar het theaterseizoen 2020- 2021. De exacte data voor de nieuwe serie voorstellingen worden vastgesteld in overleg met Zeeland Theaters en worden later bekend gemaakt.’

Dit bericht van Muziektheater Zeeland zat er natuurlijk al een beetje aan te komen. Eerst mocht ik een enthousiast verhaal optekenen uit de monden van twee hoofdrolspelers Peter Reinders (Michiel de Ruyter) en Amber de Vrieze (Michiels echtgenote Anna van Gelder). Dat was aan de vooravond van de geplande premièreweek rond 20 maart. Daarna was er de bittere teleurstelling, maar vooral het begrip dat de opvoeringsreeks voorlopig niet door kon gaan en natuurlijk ook de hoop dat de musical dan eind juni/begin juli nog in de Zeeuwse theaters kon staan. Maar ook dat kan dus niet doorgaan. Alle betrokkenen krijgen deze zware tegenslag dus in verschillende fasen te verwerken. Of om het in andere woorden te zeggen: ‘Een olifant eet je hapje voor hapje’.

Maar goed, de roem van zeeheld  Michiel de Ruyter houdt al eeuwen stand, dus een jaartje extra kan Michiel wel hebben, maar voor Muziektheater Zeeland blijft het een stevige domper, ook in financieel opzicht. Immers dit jaar bestaat het Muziektheater Zeeland 75 jaar. Ter gelegenheid van dit heuglijke feit produceerde het gezelschap deze eigen musical waarin de geschiedenis van Zeeland nadrukkelijk aan de orde komt. Het is niet verrassend dat Michiel de Ruyter daarin een prominente rol kreeg toebedeeld.

Hoofdrolspelers Amber de  Vrieze en Peter Reinders (foto Peter Kouijzer)

Na het creatieve proces rondom het schrijven van het script (de Zeeuw Rini de Koster) en het componeren van de muziek (de Vlaming Hans Laureyn) stortten de ruim 50 leden van de vereniging zich, onder leiding van regisseur Hugo Segers en choreograaf Iris Veekens, een jaar lang op de muziek en op de teksten. Ondertussen werd er gebouwd aan de bijzondere decors en werden digitale beelden klaargezet om de decorstukken te ondersteunen. De door Michiel de Ruyter uitgevochten zeeslagen stonden klaar om op een grote ledwall te worden geprojecteerd. Het professionele orkest had de eerste repetities achter de rug en ook was de laatste hand gelegd aan de ongeveer 150 kledingstukken en de ruim 125 pruiken.

“Michiel de Ruyter, de musical” zal dus in principe, mits de theaters weer voor een groot publiek toegankelijk worden, in het volgende theaterseizoen voor het voetlicht worden gebracht. Muziektheater Zeeland volgt op gebied van planning en kaartverkoop het beleid van Zeeland Theaters.

De vereniging hoopt dat het Zeeuwse publiek te zijner tijd de uitgestelde voorstellingen massaal zal komen bezoeken, waarmee de opgelopen fikse financiële schade ten dele kan worden weggewerkt.

Hoera verruiming, hallo valkuil!

De voorstellingsreeks van ‘Familie’ door Theatergroep Zierik moest na twee voorstellingen worden stop gezet door de coronacrisis (foto Peter Kouijzer). 

Wat een emotionele veranderingen kun je toch doormaken in tien weken tijd en dan doel ik natuurlijk op de coronatijd. Eerst was er – wat mij betreft – het ongeloof. Moest dat nou echt? De theaters, bioscopen en musea dicht? En direct daarop zelfs ook alle horeca en de scholen? Was het echt zo ernstig? In 2018 had de griep toch ook heel wat slachtoffers geëist, maar was de maatschappij toch ook niet stil gelegd?

Verbijstering maakte al snel plaats tot beter besef en berusting. Ja, er was wel degelijk iets meer aan de hand dan twee jaar geleden. De cijfers van besmettingen, ziekenhuisopnamen en patiënten op de IC-afdelingen logen er niet om. Vervolgens greep de angst me bij  de strot bij het zien van die vrachtwagens met lijkkisten in Italië. De noodzaak van een lock down begreep ik volkomen. Persoonlijk prees ik me gelukkig dat in Nederland voor de ‘intelligente’ variant was gekozen. In feite kon ik zonder toestemmingsbewijs nog gewoon het huis uitgaan om boodschappen te doen, lekker buiten te zijn of zelfs met twee gelijkgestemden op gepaste afstand alvast te repeteren voor een toneelstuk ter opvoering in betere tijden.

Onder de angst voor de toekomst van de wereld borrelde toch langzaam ook het verlangen op naar die ‘betere tijden’ of in elk geval naar enige verruiming van de maatregelen. Wat zou ik toch graag weer eens een film gaan zien in fiZi in Zierikzee. Wat zou het fijn zijn om Cultuurhuis ZierikC volledig ‘in bedrijf’ te zien met dansende, spelende, muziek en kunst makende mensen. Wat zou het heerlijk zijn om de voorstellingen van Theatergroep Zierik alvast in mijn agenda te kunnen schrijven. Wat zou het gezellig zijn om met vrienden weer eens te kunnen bijpraten op een terras of in een restaurant.

In filmtheater fiZi gaan op 1 juni de lichten weer aan.

Het verlangen werd vervolgens overstemd door verdriet over alles wat het coronavirus aanricht. In de eerste plaats de dodelijke slachtoffers, maar ook de mensen die nog heel lang moeten worstelen om de gevolgen van deze ziekte ooit te boven te komen. En daarnaast is er het verdriet over de instorting van de maatschappij, over de financiële worsteling die velen moeten doormaken wegens faillissementen, ontslagen, stopzetting van contracten en ook door het simpelweg verdwijnen van banen. Binnen de kunst- en cultuursector wacht een enorme kaalslag. Theaters vallen om als kaartenhuisjes, want met de 1,5 m samenleving in het ‘nieuwe normaal’ is deze sector niet meer rendabel te maken.

De Titanic zinkt, maar het orkest speelt door.

Dus… wil de emotie ‘blij’ over de aanstaande verruiming van de coronamaatregelen maar niet echt doorzetten. Blij dat ik weer even naar de kapper kon, dat wel. Blij dat in Filmtheater fiZi op 1 juni de lichten weer aangaan, dat ook wel, maar bij alles denk ik ook: ,,Maar voor hoe lang nog?’’, want rendabel zal het niet worden. En de steunmaatregelen van het Rijk zullen opdrogen met als argument dat de nood toch wat minder wordt juist omdat er nu ‘verruiming’ is toegestaan. Dus als ondernemer en organisatie investeer je je arm in veiligheidsmaatregelen om op armetierige wijze nog een beetje te kunnen gaan draaien. Met als gevolg dat je geen verantwoorde exploitatie bereikt, maar ook geen meer steun zult krijgen. Kort samengevat: ‘Hoera verruiming, hallo valkuil’.

Maar eerst zullen we nog wel met z’n allen breeduit Hemelvaartsweekend en Pinksteren gaan vieren. Dat doet me denken aan de ‘Titanic’: Het schip zinkt, maar het orkest speelt nog en we dansen gewoon even door.

Jan Beuving: Vervolg op De Troubadour

Zanger Jan Beuving

Wellicht ben ik er wat ontvankelijker voor in deze coronacrisis: Teksten over het einde van de wereld. Kort geleden immers schreef ik over mijn herinnering aan het toneelstuk ‘Een slok aarde’ van Heinrich Böll en zojuist trof ik mezelf weer met ogen vol tranen achter de laptop bij het zien en horen van Jan Beuving. Niks actueels, het betreft een terugblik op de ‘Avond van de Kleinkunst’ die vorig jaar december al werd gehouden in De Kleine Komedie in Amsterdam. De registratie daarvan had ik tot nu toe gemist, maar een door mij geliefd persoon maakte me er dit weekend attent op. ,,Je zult er ontroerd door raken’’, voorspelde zij me. En daar had ze gelijk in.

Het programma bood een samensmelting van generaties in de kleinkunst. Oudere artiesten zongen een van hun bekende nummers en talentvolle kleinkunstenaars maakten een vervolglied op zo’n bestaande hit. Het gaat me niet om het volledige programma, maar om het pareltje dat Jan Beuving biedt met zijn vervolglied op het bekende ‘De Troubadour’ van Lenny Kuhr. Wat is die Beuving een geweldig fijne zanger en een prachtig ingetogen performer en – boven alles – wat een razend mooie en knappe tekst heeft hij gemaakt. Met een vooruitziende blik, want op die ‘Avond van de Kleinkunst’ kon niemand zich nog voorstellen hoe de wereld er enkele maanden later uit zou zien.

Onderstaande link leidt direct naar eerst Lenny Kuhr die haar bekende Troubadour laat horen en vanaf 3.50 min treedt Beuving aan met zijn vervolglied daarop. Aan het einde daarvan verschijnt links in beeld de mogelijkheid door te klikken naar het volgende nummer. Ook dat is zeker een aanbeveling waard: Jenny Arean zingt: ‘Het is over’ en aansluitend zingen Yentl en De Boer een vervolg daarop: ‘Het is begonnen’.

https://www.youtube.com/watch?v=-1ryRkb7wG8

 

‘Meidagen’ te zien bij Omroep Zeeland

Aankomend filmmaker Juri Ferri had gehoopt met zijn korte film ‘Meidagen’ een lange reis langs veel festivals te kunnen maken. De film betreft zijn afstudeerproject aan de London Film School en de opnamen ervoor zijn op diverse locaties in Zeeland gemaakt vorig jaar rond deze periode. De film ging in september 2019 in première tijdens Film by the Sea in Vlissingen. De verdere reis langs filmfestivals is  nu echter tijdelijk gestopt vanwege de coronacrisis. Veel festivals over de gehele wereld zijn immers geannuleerd of uitgesteld.  Omroep Zeeland heeft echter besloten om ‘Meidagen’ zondagavond 3 mei  2020 vanaf 18.10 uur uit te zenden in het kader van ’75 jaar Bevrijding’.

De film vertelt het verhaal van een Nederlandse soldaat die de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog aan de Zeeuws-Vlaamse kust beleeft. Het verhaal is gebaseerd op de waargebeurde belevenissen van Jan Hendrik Smit, de overgrootvader van de regisseur. In maart dit jaar, nog net voordat de coronamaatregelen van kracht werden, won Juri Ferri de prijs voor Beste Historische Korte Film op het New Renaissance Film Festival in Amsterdam. Hij betreurt het dat ‘Meidagen’ nu tijdelijk niet voor een publiek in de filmhuizen kan worden vertoond. Maar hij is heel blij dat dankzij Omroep Zeeland nu veel Zeeuwen toch de kans krijgen om de film direct in eigen huis te zien.

‘Het nieuwe normaal’: Uitzichtloos!

Poster uit 2002 van de voorstelling ‘Een slok aarde’ door Theatergroep Zierik.

De 1,5 meter samenleving wordt het nieuwe normaal. Dat liet premier Rutte ons een week geleden weten. Zo’n mededeling komt via je oren naar binnen en neemt vervolgens in de loop van de volgende dagen steeds meer bezit van je lijf en je brein. Dat is maar goed ook, want de klap is te hard om direct in één keer te kunnen verwerken. Zelf had ik vooral de analyse van Kustaw Bessems in de Volkskrant van vrijdag 10 april nodig om volledig te beseffen wat die mededeling inhoudt.

Bessems legt uit dat Rutte met dat ‘nieuwe normaal’ klip en klaar aangeeft dat de coronasituatie uitzichtloos is. Tot vorige week werden nog vaak termen als ‘bizarre’ en ‘extreme’ situatie gebruikt, maar daar schuilt dan nog wel het troostrijke begrip ‘tijdelijk’ in. Sinds Ruttes uitspraak dat de 1,5 meter samenleving ‘het nieuwe normaal’ moet worden, is die troost van ‘tijdelijkheid’ eruit. De premier dringt er immers ook op aan dat bedrijven, verenigingen, organisaties zich inventief gaan voorbereiden op die 1,5 meter samenleving. Afstand houden van elkaar, minstens anderhalve meter. Afstand houden bij zoveel mogelijk alles en in alle gevallen waar dat nu nog onmogelijk lijkt, moeten oplossingen worden gevonden. Of….gewoontes worden geschrapt. Gewoontes én beroepen.  Daarvan zijn legio voorbeelden te noemen: nooit meer bij elkaar in kleine zaaltjes, nooit meer presentaties/voorstellingen met fysiek contact, nooit meer de troost van een knuffel, een kneepje in de arm van een klopje op de schouder. Zijn mensen in staat tot een 1,5 meter samenleving? Kunnen emoties in ‘het nieuwe normaal’ genegeerd, onderdrukt en vermorzeld worden? Kan de samenleving veranderen tot een gemeenschap waarin we meer robotachtig functioneren? Of: zouden er mensen zijn die dan liever onderduiken om zich aan het ‘nieuwe normaal’ te onttrekken? Mensen die in ondergrondse kelders nog bij elkaar komen om kunst en cultuur te maken en te beleven bijvoorbeeld en om de emoties daarvan wezenlijk te delen? Als dat deze mensen al zou lukken natuurlijk. Met een perfect functionerende virus-app zouden ze immers zo opgespoord zijn.

Boeken als ‘De Pest’ van Camus en ‘De stad der blinden’ van Saramago worden tegenwoordig nogal vaak genoemd als voorbeelden voor de tijd hoe we nu leven. Zelf denk ik de laatste dagen, waarin ‘het nieuwe normaal’ begint door te dringen vooral aan het toneelstuk ‘Een slok aarde’ van Heinrich Böll. Theatergroep Zierik speelde het in 2002 onder regie van Lies Hanse. Het stuk schetst het povere restantje van een door een atoomramp vernietigde planeet ‘Aarde’. Ergens in een blikje is een slokje melk bewaard gebleven. Als een van de personages daar een druppel van proeft, roept hij: ‘Mamma’, zonder zelf nog te weten wat het woord betekent……

Te gretige Ilse doet best zeer

Still uit de tv-serie ‘Nieuw Zeer’ met Ilse Warringa

Jammer, jammer, jammer, dat die nieuwe sketchserie ‘Nieuw Zeer’ van Ilse Warringa zondagavond op NPO3 zo tegenvalt. Zij lijkt veel te gretig haar grote succes met ‘De Luizenmoeder’ snel voort te zetten met iets nieuws. Maar ‘iets nieuws’ kun je misschien wel even uit je mouw schudden, maar ‘iets goeds’ vereist wat meer tijd.  Een creatief productieteam dat met een kritische blik naar zichzelf kijkt, lijkt daarbij ook van belang. Maar daar ontbreekt het aan bij ‘Nieuw Zeer’.

Echt jammer, want Warringa had me zo verrast met in elk geval de eerste serie van ‘De Luizenmoeder’ dat ik haar graag beter had gegund. De tweede serie was over het geheel genomen ook nog best leuk, maar vertoonde toen toch al wat barstjes. Te veel van hetzelfde bijvoorbeeld. Heel goed dat Diederik Ebbinge besloot dat er zeker geen derde serie moest volgen.

Maar goed, ik keek dus vol verwachting uit naar ‘Nieuw Zeer’. Heel nieuwsgierig was ik naar wat Warringa nu uit de hoge hoed ging toveren. Dat viel bij de eerste aflevering een beetje tegen. Maar misschien moest de boel nog op gang komen. Misschien moest mede-bedenker Niek Barendsen de juiste toon nog weten te vinden voor stevige sketchjes over hedendaags onbegrip en onvermogen, over nepnieuws en over de multiculturele samenleving.  Dus toch ook maar een tweede keer en zelfs een derde keer gekeken. Maar nu is het ook wel klaar. ‘Nieuw Zeer’ is een aaneenschakeling van flauwigheden, die je niet eens mislukte grappen kunt noemen. En dan die dodelijke herhaling van zetten: de werkster één keer Marokkaanse noemen terwijl ze van Turkse afkomst is, mag misschien nog een beetje leuk beschamend zijn, maar als je dat twee keer gaat herhalen, wordt het vervelend. Te meer daar die scènes geen enkele point hebben. Dat geldt ook voor de babbelzieke oma met kleinkind in de wachtkamer van de dokter. Wat willen de makers hier mee zeggen? Dat het niet fraai is om hardop vooroordelen over een andere patiënt te gaan zitten opsommen? En wat valt er te lachen om die irritante ‘verbindingsactie’ van Ilse als die bevoogdende Els? Of om die platte quiz-scènes of om die verstoorde uitvaartspeeches?

Ik weet het niet. Misschien ligt het wel aan mezelf en heb ik simpelweg geen gevoel voor humor. Of is dat plots aangetast door de huidige op hok plicht als gevolg van het coronavirus. Hoewel om de poep-, pis- en kotshumor in de serie Toren C heb ik ook nooit kunnen lachen. En dat was al lang voordat er een intelligente lock down werd afgekondigd. Wellicht ben ik gewoon een chagrijn. Maar toch hoop ik ooit weer eens te kunnen lachen.